Huurtoeslag

Uit Cooplink Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De huurtoeslag, een inkomensafhankelijke toeslag, is een tegemoetkoming in de huurkosten van de Nederlandse overheid voor huurders die in verhouding tot hun inkomen veel huur betalen.

Om huurtoeslag te kunnen krijgen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

  • De huurwoning moet als passend worden beschouwd.
  • Het gaat om zelfstandige woonruimte (dus geen kamerverhuur).
  • Er wordt een uitzondering gemaakt voor mensen die een kamer huren in een begeleid wonen project.
  • De aanvrager is 18 jaar of ouder. Jongeren onder de 18 kunnen wel huurtoeslag krijgen als ze wees zijn en alleen wonen, getrouwd zijn of alleenstaande ouder zijn.
  • De aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of een verblijfsvergunning die recht geeft op toeslagen.
  • De kale huur mag niet niet te hoog. Voor 2016: niet hoger dan € 710,68 (dit laatste bedrag is gelijk aan de liberalisatiegrens in de huurprijsregelgeving). 
  • Voor aanvragers jonger dan 23 gelden lagere maximumbedragen. (2016 maximaal € 409,92

Het toetsingsinkomen is maximaal € 22.100 (in 2016) voor alleenstaanden. Voor meerpersoonshuishoudens ligt die grens op € 30.000 (2016). Voorbeeld: voor een alleenstaande met een bruto jaarinkomen van € 25.000 en een huur van € 500 geldt dat hij/zij geen huurtoeslag krijgt. Voor een alleenstaande met 1 kind geldt reeds dat hij/zij een huurtoeslag ontvangt van ruim € 150 per maand.

Er geldt ook nog een vermogenstoets, Het vermogen mag niet groter zijn dan € 24.437 (in 2016) voor alleenstaanden. Als er sprake is van een toeslag partner geldt € 48.874 (2016) als grens. Soms telt vermogen niet mee, dat wordt dan bijzonder vermogen genoemd.

De huurtoeslagregeling is gunstiger voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt (ouderenhuishouden).

De huurtoeslag is op 1 januari 2006 samen met de zorgtoeslag ingevoerd en vervangt de daarvóór bestaande huursubsidie. In 2015 hadden 1,3 miljoen huishoudens recht op huurtoeslag van gemiddeld 170 euro per maand. Dat kostte de overheid 3,2 miljard euro in 2016 (cijfers van BZK).

Huurtoeslag wordt aangevraagd bij en uitbetaald door Belastingdienst/Toeslagen. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) is verantwoordelijk voor de Wet op de huurtoeslag, de begroting van de Huurtoeslag en het beleid.

Hoogte van de huurtoeslag

De berekening van de huurtoeslag is een ingewikkelde formule voor een reeks van verschillende doelgroep. De essentie is wel voor iedereen gelijk. Voor iedere huurder geldt een basishuur die zij zelf kan betalen. Deze basishuur is minimaal een bedrag in de orde van € 225. Als het inkomen van een betrokken huurder hoger is, neemt de basis die zelf betaald moet worden toe.

Tot de kwaliteitkortingsgrens (€ 409,92 - in 2016) krijgt ieder huurder het verschil tussen de basis en de kwaliteitskortingsgrens 100% vergoed.

Voor het deel van de huur vanaf de kwaliteitskortingsgrens tot aan de aftoppingsgrens (€ 586,68 of € 628,76) krijgt de huurder  65% vergoed. De aftoppingsgrens varieert voor verschillende huishoudtypes. Voor kleine huishoudens geldt de lage aftoppingsgrens, voor grote de hoge.

Voor de huur die valt tussen de betreffende aftoppingsgrens tot aan de huurtoeslaggrens (€ 710,68) kan een huishoudens 0% of 40% als toeslag ontvangen. Welke percentage van toepassing is hangt af van leeftijd en huishoudengrootte.

Uitgaven aan huurtoeslag

Door de crisis is het aantal huurtoeslagontvangers fors opgelopen. In 2014 vroegen 1,4 mlijnoen huishoudens huurtoeslag aan. Dat zijn er ruim 21% meer dan 5 jaar eerder. Tevens is van de groep huurtoeslagontvangers het inkomen in euro's vrijwel gelijk gebleven ondanks de inflatie (gemiddeld € 17.900 bruto). De huur die deze groep betaald is tussen 2010 en 2014 met 15% gestegen. Het gevolg is dat de uitgaven aan huurtoeslag ook hard is gegroeid. In 2014 is voor 3,2 miljard aan huurtoeslag aangevraagd.

Deze stijging van de uitgaven aan huurtoeslag waren natuurlijk voorspelbaar, maar slechts deels opgenomen in de Rijksbegroting. Het gevolg is een oplopend tekort in begroting van het minister van BZK. De begrotingssystematiek verplicht een ministerie waar een tekort ontstaat om dit zelf op te lossen, tenzij het kabinet en parlement bereid is het tekort uit de algemene middelen op te vangen. Tot dusverre lukt dat ieder jaar, maar ook voor dit jaar is de uitkomst van deze keuze weer inzet van een politiek steekspel tussen de coalitiepartijen VVD en PvdA.

Bronnen:

Voor meer informatie zie: www.toeslagen.nl/huurtoeslag