Trouw wijdt een groot artikel aan ‘onze’ Mustapha Eaisaouiyen, directeur van Cooplink. “Mustapha Eaisaouiyen (51) groeide op in een achterstandsbuurt in Rotterdam. Hij werd een strijder voor betere huisvesting voor mensen met een smalle beurs. Hij is ondanks alles hoopvol. Zolang burgers zich maar blijven roeren.” Het artikel raakte ons, zijn collega’s, in het hart. Lees het vooral helemaal, een aantal fragmenten vind je hier.


Mustapha’s achtergrond
Een inzet vertelt over Mustapha’s achtergrond. Hoe hij opgreidde in de Afrikaanderwijk in Rotterdam, hbo commerciële economie studeerde en tien jaar lang accountmanager private banking was en tegelijkertijd eigenaar van een visspeciaalzaak en twee jaar in de Tweede Kamer werkte als fractiemedewerker van de SP. Tot hij directeur werd van Cooplink, begin vorig jaar. Dan vervolgt Arno Slotboom, correspondent van Trouw:
‘Zo’n wijk kan ook een warm bad zijn’
Zijn multiculturele buurt zag hij langzaam verpauperen; de huizen en de mensen kregen niet de aandacht die nodig was. Het vormde Mustapha. “Armoede zien doet iets met je gevoel voor sociale rechtvaardigheid. Er waren drugsproblemen in de wijk, huiselijk geweld. Maar ik zag ook liefde. Zo’n wijk kan ook een warm bad zijn. Met mensen die iets voor elkaar betekenen en kinderen door meer mensen worden opgevoed, niet door ouders alleen.”
Gentrificatie
Als gescheiden vader van drie dochters besloot Mustapha in 2018 naar de omgeving van zijn dementerende moeder te verhuizen. “Zes maanden na die verhuizing kreeg ik een brief van de corporatie. Daarin stond: uw woning wordt gesloopt, u moet gaan verhuizen, we zeggen het huurcontract op.” Ruim vijfhonderd Rotterdamse huurders kregen op die manier te horen dat hun huizen afgebroken zouden worden. De corporatie wilde op deze plek in Zuid – met veel oude panden en veel lage inkomens – tot nieuwbouw overgaan. De bewoners kwamen in opstand. Het werd een gevecht op z’n Rotterdams, zo leek het, hard tegen hard. De corporatie spande rechtszaken aan tegen bewoners die niet wilden vertrekken.
Gezicht van het gevecht tegen de sloop
“Ik ben in het dossier gedoken. Toen begreep ik waarom die woningen gesloopt moesten worden. Wij, de oude, armere bewoners, moesten weg. Vanaf dat moment heeft het mij niet meer losgelaten. We werden als minderwaardig gezien.” Dat besef bracht, zegt hij nu, een kantelpunt in zijn leven. Hij werd het gezicht van het verzet tegen de sloop.
Het gevecht om de Tweebosbuurt werd verloren. De sloopkogel bleek onvermijdelijk. Mustapha weigerde zich daarbij neer te leggen. Op de dag van de start van de sloop wilde hij met andere bewoners letterlijk voor de sloopkogel duiken. “Waar is de menselijke maat gebleven?”
Historisch belang van de wijk
Zijn oude buurt is inmiddels verdwenen. Op één stukje na, als gevolg van een rapport van de Raad van State in 2022. Daarin werd gewezen op het historisch belang van de vooroorlogse wijk in een stad die toch al zo veel verloor. De gemeenteraad besloot het nog resterende deeltje te sparen. Vijf rapporteurs van de Verenigde Naties brachten in 2021 een zeer kritisch rapport over het woonbeleid uit. De conclusie: in deze sloopkwestie waren mogelijk mensenrechten geschonden. Mustapha was toen al uitgegroeid tot een onvermoeibaar strijder voor een beter huisvestingsbeleid en tegen vermeend onrecht. “Ik voel die morele plicht. Ook omdat in mijn jeugd anderen er ook voor ons waren.
‘Er is een gemeenschap weggehaald’
Zelf woont Mustapha nu ook in een nieuwbouwwoning, in Rotterdam-Zuid. Andere bewoners verhuisden naar randgemeenten. “Het oude netwerk van de wijk is weggevallen. Beleidsmakers zien zoiets niet, maar als je met z’n allen weinig geld hebt, kun je niet anders dan elkaar helpen. Er is geen buurt gesloopt, er is een gemeenschap weggehaald.”
