“Laten we het nu goed organiseren, dan zeggen ze over twee generaties ‘Dat hebben onze grootouders verrekte goed gedaan!’” Deze uitspraak levert Aart Cooiman van de Rabobank een groot applaus op tijdens de landelijke WooncoöperatieDag in Utrecht. Het gesprek gaat over hacks in financiering, meer specifiek over het op te richten solidariteitsfonds voor en door wooncoöperaties. Aart Cooiman moedigt het publiek aan om nu al statutair te regelen dat wooncoöperaties gaan bijdragen aan het solidariteitsfonds. 1 “Bedenk: als je leningen steeds verder afgelost worden, wat doe je dan met de huren? Wat houden we over 15 jaar over? Dat gaat om heel veel geld. Om miljoenen. Daar kun je heel veel wooncoöperaties mee helpen.”


Groeiende beweging
Aart Cooiman ziet de groei in de coöperatieve beweging in zijn dagelijkse werk. Hij is sectorspecialist wooncoöperaties bij de Rabobank en leidt op dit moment zo’n 30 collega’s op, die zich op termijn ook gaan inzetten voor de wooncoöperatie. “Dat moet ook wel, want het opschalen gaat hard. Ik hoop dat andere banken bijspringen. Het is mooi dat de Rabobank op dit moment de enige is in Nederland die zich zo op wooncoöperaties richt, maar er mogen wel meer bijkomen. Dat brengt een gezonde marktwerking.”
Een hoopvol perspectief
Graag geeft Aart een hoopvol perspectief mee. “Bijna alle projectontwikkelaars die wij spreken willen met wooncoöperaties aan de gang. Ze begrijpen de beweging, ze snappen het belang voor de samenleving en ze willen dat oppakken. Dat zou betekenen dat wooncoöperaties straks minder afhankelijk zijn van locaties die de gemeenten beschikbaar stellen.” Speciaal voor projectontwikkelaars organiseert de Rabobank bijeenkomsten waarin de bank uitlegt hoe een wooncoöperatie werkt, wat het keurmerk Coopkeur betekent en welke rol de ontwikkelaars kunnen pakken.
Stilte voor de storm
“Het is de stilte voor de storm. Als de ontwikkelaars in de gaten krijgen dat de corporaties de opgave 30% in de sociale huur en 40% in de betaalbare huur niet alleen kunnen organiseren, dan richten ze zich vanzelf op de wooncoöperatie. Dat merk ik nu al,” vervolgt Aart Cooiman. Toch is dat een fundamenteel andere woonvraag en dat realiseert Aart zich goed. “Een groep heeft tijd nodig om een groep te worden, om een Programma van Eisen samen te stellen en een woonambitie te verwoorden. Je moet anders beginnen.”
Met ontwikkelaars meer kans op een locatie
“Samenwerken met een professioneel ontwikkelaar is ook voor een groep plezierig. Het is een partij die weet hoe processen lopen, hoe je met gemeenten moet omgaan, die snel kan schakelen. Realiseer je goed: als groep krijg je op een gegeven moment het stokje overgedragen. In feite verkoopt de ontwikkelaar het plot dus aan de groep. Of dat nu een stukje grond is om te bebouwen of een aantal etages in een woongebouw.”
Maatschappelijke winst
“In Twente is er zo’n ontwikkelaar die niet voor maximale financiële winst gaat, maar voor maatschappelijke winst. Die ontwikkelt de woningen en draagt vervolgens het coöperatieve model over aan de groep. Wel blijft hij betrokken, hij bewaakt de formule en zorgt ervoor dat aflossingen uiteindelijk weer geïnvesteerd worden in andere coöperaties.” Het is een mooi voorbeeld. WoonWies is de naam van de ontwikkelaar. “De groep komt in beeld als de locatie ontwikkeld wordt, dat is dus anders dan bijvoorbeeld in Amsterdam, maar de uitkomst is evengoed coöperatief beheer, zonder winstoogmerk.”
Corporaties, maak jezelf overbodig
De volgende WooncoöperatieDag mag meer corporaties en ontwikkelaars verwelkomen, vindt Aart, zodat samen een grotere slinger aan de beweging gegeven kan worden. “Corporaties zouden eigenlijk het streven moeten hebben zichzelf overbodig te maken,” stelt hij. “Je moet mensen in hun kracht zetten in de woningmarkt.” Hij haalt een voorbeeld aan van Den Haag Zuidwest. “Als je toch moet gaan slopen, en verdubbelen of verdrievoudigen in het aantal woningen, en verdichten, laten we dan de wooncoöperatie faciliteren. Kies dan voor de gemeenschappelijkheid.” Ook noemt hij Rotterdam, waar veel funderingsproblemen zijn en sloop-nieuwbouw nodig is. “Mensen willen in hun wijk blijven wonen, maar kunnen de investering niet betalen. Ik ben nu in gesprek met de gemeente en het ministerie om te kijken of we er een coöperatieve structuur van kunnen maken.”
Zorg voor de volgende generaties
De WooncoöperatieDag 2026 bevestigde Aart in zijn gevoel: “Ik ben een Don Quichot binnen het bankwezen, ik ben tegen de windmolens aan het vechten – met medestanders weliswaar, want ik vecht niet meer in mijn eentje – en waar we het voor doen, is zeer wezenlijk.” Het applaus na zijn woorden op het podium, ontroerde hem. “Omdat ik vind dat we ook voor de toekomstige generaties moeten zorgen, dat we daar nu over na moeten denken. Als we dat voor elkaar krijgen, hebben we iets bereikt.”
1. In de Coopkeur-statuten die Cooplink ontwikkelde is solidariteit juridisch verankerd. Vraag Coopkeur aan.
