Onderzoek naar de businesscase van de wooncoöperatie

Onderzoek naar de businesscase van de wooncoöperatie

Het opzetten van een wooncoöperatie kent momenteel nog een aantal knelpunten. Een van de belangrijkste knelpunten betreft volgens Atrivé het ontbreken van een goede businesscase. In opdracht van Platform31 onderzocht Atrivé vier businesscases van wooncoöperaties.

De wooncoöperatie: een ruwe diamant?

De wooncoöperatie staat steeds meer in de belangstelling. Hoewel een wooncoöperatie niet nieuw is, heeft het, met het opnemen ervan in de Woningwet, hernieuwde aandacht. Door samen met de andere leden van de coöperatie verschillende zaken in zelfbeheer te doen kunnen bewoners financiële (schaal)voordelen behalen en daarmee besparen op de kosten voor het wonen. Naast financiële voordelen draagt een dergelijke organisatie bij aan het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid voor en zeggenschap over het wonen. Tot slot vergroot het de keuzemogelijkheden op de woningmarkt. 

De wooncoöperatie is een alternatieve woonvorm tussen de sociale huursector en de particuliere huur- en koopsector in. Vooral voor de lage middeninkomens is dit interessant. Deze groep wil graag zelf verantwoordelijkheid nemen voor het wonen en streven vermogensopbouw na, maar hebben veelal een te laag inkomen om voldoende hypotheek te kunnen krijgen om een woning te kopen. Bovendien is er voor deze groep onvoldoende (betaalbaar) aanbod in het particuliere huursegment.

De wooncoöperatie biedt ook perspectieven voor de toegelaten instelling die in het kader van het DAEB/niet-DAEB-dossier het niet-DAEB-deel wil afstoten. In plaats van verkoop aan een (particuliere) belegger kan het onderbrengen van (een deel van) het vastgoed in een wooncoöperatie een bijdrage leveren aan de maatschappelijke doelstellingen van de organisatie en keuzevrijheid bieden op de woningmarkt. Grofweg zijn er drie varianten van wooncoöperaties:

  1. De eigendomswooncoöperatie: de toegelaten instelling (of particuliere belegger) verkoopt woningen aan zittende bewoners, die zich gezamenlijk verenigen in een coöperatie.
  2. De beheercoöperatie: de toegelaten instelling (of particuliere belegger) houdt het vastgoed in eigendom, maar de leden van de coöperatie voeren het beheer en onderhoud uit.
  3.  Een verhuurwooncoöperatie: de coöperatie is eigenaar en verhuurt de woningen ofwel geeft de gebruik- of lidmaatschapsrechten uit.

Het onderzoek

De wooncoöperatie zoals opgenomen in de Woningwet gaat uit van variant 1. In de praktijk blijkt dat het bij de meerderheid van de huidige bekende initiatieven gaat om variant 3. Het opzetten van een wooncoöperatie kent momenteel nog een aantal knelpunten. Een van de belangrijkste knelpunten betreft het ontbreken van een goede businesscase. In het bijzonder van een goed onderbouwde financiële propositie. Vanuit deze constatering heeft Platform31 aan Atrivé de opdracht gegeven een handvat te ontwikkelen voor het maken van een businesscase voor wooncoöperaties die vallen onder de eerder genoemde variant 3. In het kader van deze opdracht zijn vier businesscases onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat er verschillende kritische succesfactoren zijn die belangrijk zijn voor het slagen van de businesscase voor de wooncoöperatie.

Lees meer in het bericht op de website van Atrivé

Bron: Atrivé, juni 2016

Geplaatst op: 01 juni 2016